|
Klinisch onderzoek is: elk onderzoek dat wordt uitgevoerd met vrijwillige medewerking van menselijke proefpersonen en dat als doel heeft de werkzaamheid, dynamiek of kinetiek en veiligheid na te gaan van het product dat onderzocht wordt. Voorafgaande aan het klinisch onderzoek wordt het onderzoeksproduct uitgebreid getest op celculturen en op proefdieren. Deze testen moeten natuurlijk een positief resultaat hebben, opdat men zou kunnen overgaan tot de klinische studies. Het klinisch onderzoek wordt opgedeeld in vier fasen. Pas als een fase met succes is doorlopen, begint men aan de volgende fase. Komen er op een gegeven moment belangrijke tekortkomingen aan het licht (bijvoorbeeld onaanvaardbare nevenwerkingen), dan kan dit het einde betekenen van verder onderzoek op dit product en komt het wellicht nooit op de markt. Fase 1 De eerste studies met een nieuw onderzoeksproduct zijn altijd met een eenmalige inname (single dose) van zeer lage dosissen. Als hierbij geen belangrijke problemen opduiken, kan de dosis worden opgedreven en kan men overgaan tot het meerdere dagen na elkaar toedienen van het studieproduct (multiple dose). Vaak krijgen enkele van de vrijwilligers in de groep placebo-medicatie (of nep-medicatie). Niemand weet welke vrijwilligers dit zijn, zelfs de onderzoeker niet. Zulke studies noemt men “dubbel-blind”. Een placebo ziet er exact uit zoals het echte geneesmiddel en het smaakt net zo, maar de werkzame stof is er uit weggelaten. De bedoeling hiervan is dubbel: we schakelen niet alleen toevalligheden uit, maar testen ook het psychologische aspect van het innemen van medicatie Iedereen kan bijvoorbeeld wel eens hoofdpijn hebben. Dus als een symptoom zoals hoofdpijn evenveel voorkomt in de placebogroep als in die groep die het studieproduct heeft ingenomen, kan men concluderen dat dit symptoom niet het gevolg is van het actieve product. Soms wordt onderzoek uitgevoerd bij specifieke vrijwilligers, zoals patiënten met verminderde nier- of leverfunctie, vrouwen in de menopauze of 65-plussers. Dit doen we als we vermoeden dat het studieproduct zich anders zou kunnen gedragen bij deze groep. In zogenaamde interactiestudies wordt de wisselwerking bestudeerd tussen een studieproduct en een ander veelgebruikt geneesmiddel. Wanneer men in een studie onderzoekt hoe een geregistreerd geneesmiddel wordt opgenomen onder de vorm van een nieuwe formulering, noemt men dit een bio-equivalentiestudie. Men test dan bijvoorbeeld een hogere dosering van een bestaand pilletje of de siroopvorm van een geneesmiddel dat al als tablet op de markt was. Fase 2, 3 en 4 Fase 3 is in feite een verlengstuk van fase 2, met als belangrijkste verschil dat nu grotere groepen patiënten worden gevolgd. In deze fase worden ook huisartspraktijken mee ingeschakeld als onderzoekscentra. Steeds vaker wordt het geneesmiddel ook nog gevolgd en bestudeerd nadat het al geregistreerd is, dus wanneer het reeds in de apotheek verkrijgbaar is. Dit noemt men fase 4-onderzoek. In deze fase van onderzoek kunnen heel zeldzame bijwerkingen aan het licht komen, omdat het medicijn dan wereldwijd door duizenden mensen wordt gebruikt. |